Basisprincipe van biorotoren en aanbevelingen

De zuiveringsprocedés die werken met biomassa op een drager (bacteriënbedden, biorotoren of bioschijven…) gebruiken een medium dat de zuiverende bacteriën draagt om ze zoveel mogelijk in contact te brengen met de te behandelen verontreiniging. pamco®-biorotoren onderscheiden zich van bacteriënbedden door het feit dat het medium dat ter beschikking gesteld wordt van de biomassa niet statisch is: het is bevestigd aan een as die langzaam aan het draaien wordt gebracht door een reductiemotor.

De pamco®-biorotor wordt geïnstalleerd in een kuip waarin het te zuiveren afvalwater passeert. Nu eens ondergedompeld, dan weer uit het water door het roteren van de as, komen de zuiveringsbacteriën afwisselend in contact met de te behandelen verontreiniging en met de luchtzuurstof. Een relatief dikke biofilm van 1,5 tot 3 mm dik (ongeveer 4% vaste stof) ontwikkelt zich op het oppervlak van het medium.

De pamco®-biorotoren worden binnen enkele dagen volledig door bacteriën gekoloniseerd. De oppervlakte van het te gebruiken medium hangt af van de te behandelen verontreiniging en van de te bereiken prestaties.

Het draaien van de pamco®-biorotor heeft tot doel het water te mengen, er zuurstof aan toe te voeren en “kortsluitingen” te vermijden. De rotatiesnelheid is gering en hangt af van de diameter van de biorotor. Ze moet aangepast worden aan de vervuiling of verontreinigende stoffen : hogere rotatiesnelheden garanderen een goede menging in de kuip bij sterke hydraulische belasting. Bovendien is het bij een sterke verontreiniging nuttig om het toerental te verhogen om de overdracht van de verontreinigende stoffen naar de biofilm te verbeteren.

Zelfs met een belangrijke detergensconcentratie en “hoge” rotatiesnelheden schuimt het toestel nooit.

De productie van biologisch slib hangt natuurlijk af van de aanwezige verontreiniging. Dit slib bezinkt zeer snel, want het gaat hoofdzakelijk om dunne flappen biofilm die zeer sterk gemineraliseerd zijn en van de drager loskomen. Het klaren van het afvalwater is over het algemeen zeer goed voor stijgingssnelheden van ongeveer 1 m per uur.

Over het algemeen moet het water niet rondgepompt worden. Een recirculatie kan nuttig zijn tijdens een lange periode waarop geen afvalwater wordt toegevoerd, om de vlokken biomassa die de neiging hebben los te komen naar de bezinkingstank af te voeren.

Een wezenlijke kwaliteit van een installatie met bioschijven is zo eenvoudig en zo ‘rustiek’ mogelijk te zijn.

Idealiter zijn de opeenvolgende stappen van een installatie met pamco®-biorotoren :

  • een goed bemeten bezinkings- & gistingstank met een perfect bestudeerd ontwerp
  • een zuurstofloze trap aan de kop met biomassa op een medium met recirculatie van het genitrificeerde afvalwater in geval van denitrificatie
  • de biorotor(en): een enkele lijn of verscheidene in parallel werkende lijnen
  • een klaringsbekken met statische bezinkingstank voor de kleinere zuiveringsstations of met een afvalhark voor de grotere, met afvoer van het biologisch slib en overbrenging naar de bezinkings- & gistingstank